Inkomen en voorwaarden

Personen met een laag inkomen en personen in een precaire situatie zijn door de wetgever geschermd en krijgen het recht op een pro deo advocaat.

Om de eerste categorie af te grenzen, wordt gekeken naar het inkomen van het gezin waarin de rechtszoekende zich bevindt.

Afhankelijk van binnen welke grens u valt kan de bijstand volledig of gedeeltelijk kosteloos zijn.

De berekening wordt gemaakt op het netto inkomen dat de rechtszoekende ontvangt (bv. werkloosheidsuitkering of ziekte-uitkering die gestort wordt op de rekening). Daarop worden nog “bijzondere” kosten in aanmerking gebracht.

 

ALLEENSTAANDEN

Deze grenzen zijn als volgt (geldig vanaf 1 september 2013) voor alleenstaanden (dit zijn rechtszoekende die alleen zijn gedomicilieerd op hun adres):

Volledig kosteloos: max. 942,00 EUR netto/maand

Gedeeltelijk kosteloos: tussen 942,00 en 1.210,00 netto/maand

Een alleenstaande woont alleen op het opgegeven adres en is daar gedomicilieerd.

Belangrijk is dat in sommige situaties de rechtszoekende als alleenstaande kan beschouwd worden, zelfs al is de rechtszoekende niet alleen gedomicilieerd, in geval van een belangenconflict zoals bijvoorbeeld een echtscheiding of feitelijke scheiding.

Het betalen van een onderhoudsbijdrage voor een kind dat niet bij de rechtszoekende is gedomicilieerd is een alleenstaande. Het kind is bijgevolg ook niet ten laste.

Het inkomen wordt beoordeeld door het voor te leggen document, dat soeverein wordt beoordeeld door het BJB. Dit document mag niet ouder zijn dan twee maanden op de datum van de aanvraag. Voorbeelden zijn:

-  individuele attesten van loon of wedde (hierbij worden ook de dienstencheques, maaltijdcheques, andere uitkeringen, gerekend

- het bewijs van de mutualiteit of vakbond in het geval van een uitkering

- attest van de schuldbemiddelaar met vermelding van het leefgeld per maand, alsook het bedrag van de maandelijkse kosten die daar bovenop betaald worden

- voor zelfstandigen de laatste BTW-aangifte en laatste aanslag uit de personenbelasting

- bankuittreksel voor pensioen, onderhoudsgeld, …

- overzichten van interim-bureaus

Al deze stukken dienen steeds op naam van de rechtszoekende of de personen ten laste of samenwonenden te spreken.

 

SAMENWONENDEN

Indien de rechtszoekende niet alleenstaande is, wordt het inkomen van iedere andere persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt in rekening gebracht.

Het begrip samenwonen heeft geen betrekking op het al dan niet wettelijk samenwonen of gehuwd zijn.

Hierbij wordt rekening gehouden met een aftrek van 15 % van het leefloon van een persoon met gezinslast (1.089,82 EUR), hetzij 163,47 EUR per persoon ten laste (bedrag geldig op 1 december 2012).

De inkomensgrenzen voor gehuwden, samenwonenden of alleenstaanden met persoon ten laste, van toepassing op het volledige gezinsinkomen:

Volledige kosteloosheid: max. 1.210,00 EUR netto/maand

Gedeeltelijke kosteloosheid: tussen 1.210,00 EUR en 1.477,00 EUR netto/maand

De persoon ten laste is iedere persoon waarvan de naam op het attest van samenstelling gezin voorkomt (met uitzondering van de rechtszoekende zelf) en dus op het referentieadres gedomicilieerd staan, of zij nu zelf een inkomen hebben of niet en ongeacht het bedrag daarvan.

 

VERMOEDENS

Sommige rechtszoekenden zullen in aanmerkingen komen voor volledige kosteloosheid op basis van een wettelijk vermoeden van onvermogendheid.

Rechtzoekende waarvan vermoed wordt dat hij onvermogend is:

1. De rechtszoekende die een leefloon ontvangt of een maatschappelijke bijstand.

Hier dient een attest of geldige beslissing van het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) voorgelegd te worden.

 

2. Rechtszoekende met een gewaarborgd inkomen voor bejaarden

Voorlegging van het jaarlijks attest van de Rijksdienst voor Pensioenen;

 

3. degene die een vervangingsinkomen voor gehandicapten geniet, op voorlegging van de beslissing van de minister tot wiens bevoegdheid de sociale zekerheid behoort of van de door hem afgevaardigde ambtenaar hij die een kind ten laste heeft dat gewaarborgde kinderbijslag geniet, op voorlegging van het attest van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers;

de huurder van een sociale woning die huur betaalt die overeenkomt met de helft van de basishuur;

de minderjarige op voorlegging van zijn identiteitskaart of van enig ander document waaruit zijn staat blijkt;

Daarnaast is er de categorie van vermoedens, waarbij dit vermoeden niet definitief is en waarbij de werkelijk inkomsten wel nog geverifieerd kunnen worden volgens de algemene regels.

Deze verificatie vindt desgevallend plaats ná de aanstelling van de advocaat, waarbij eventueel de ontheffing gevraagd zal moeten worden wanneer de begunstigde niet langer voldoet aan de algemene voorwaarden gesteld aan het inkomen om te genieten van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid.

 

1. de vreemdeling

Dit voor wat betreft de indiening van het verzoek tot machtiging van verblijf, of van een administratief of rechterlijk beroep tegen een beslissing die genomen werd met toepassing van de wetten betreffende de toegang, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, op voorlegging van bewijsstukken.

Wanneer deze rechtszoekende om bijstand verzoekt in een andere procedure valt deze niet onder de gelijkgestelde categorie, maar wordt het verzoek beoordeeld volgens de normale regels.

 

2. de asielaanvrager

Of de persoon die verklaart of vraagt om als vluchteling te worden erkend of die een aanvraag indient van het statuut van ontheemde, op voorlegging van bewijsstukken.

Wanneer deze rechtszoekende om bijstand verzoekt in een andere procedure valt deze niet onder de gelijkgestelde categorie, maar wordt het verzoek beoordeeld volgens de normale regels.

 

3. de persoon onder collectieve schuldenregeling,

op voorlegging van de beschikking van toelaatbaarheid, ongeacht de aard van de procedure, alsook de persoon geconfronteerd met overmatige schulden met het oog op de inleiding van een procedure van collectieve schuldenregeling en mits een schriftelijk ondertekende verklaring van de overmatige schulden

 

5. de gedetineerde

Onder gedetineerde wordt verstaan, zij die zich in een gevangenis bevinden of in een gesloten of sociale instelling. Het bewijs van hechtenis moet gevoegd worden.

Het vermoeden geldt enkel in geval van volledige vrijheidsberoving en dus niet in geval van toepassing van de enkelband of gedeeltelijke regime.

Het vermoeden geldt tot en met de eerste raadkamer. Latere prestaties vereisen stavingsstukken van inkomen en gezinssamenstelling.

De geïnterneerde valt tevens onder deze categorie maar alleen voor de procedure voor de strafuitvoeringsrechtbank.

 

6. de beklaagde

Zoals bedoeld in de wet betreffende de onmiddellijke verschijning.

Het vermoeden geldt dus niet in het kader van een oproeping bij proces-verbaal. In deze situatie zijn twee mogelijkheden: de betrokken is aangehouden en wordt dan beschouwd als gedetineerde (zie hierboven), de betrokken wordt niet aangehouden, zodat het vermoeden niet geldt.

 

7. de geesteszieke

die het voorwerp heeft uitgemaakt van een maatregel voorzien in de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.

 

SALDUZ

Dit betreft een bijzondere categorie.

Bij wet van 13 augustus 2011, houdende wijziging van het wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, werd aan elkeen die wordt verhoord en aan wiens vrijheid wordt benomen rechten toegekend, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan.

Deze rechten worden algemeen SALDUZ genoemd, naar het arrest dat werd uitgesproken in de zaak SALDUZ / Turkije door het Europees Hof voor de Rechtbank van de mens.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Salduz-arrest

Het Hof oordeelde dat het recht op een eerlijk proces is geschonden wanneer tijdens het verhoor geen rechtsbijstand mogelijk is.

Daarom heeft de verdachte die opgeroepen wordt door de politie, of wordt aangehouden, recht op bijstand van een “salduz-advocaat”.

Bij de eerste verschijning is er een vermoeden van onvermogen.